De man bij wiens graf, heb ik zo iets meegemaakt

 

Mijn vader probeerde mij te sturen naar de biecht, maar ik ging niet. Op een avond, begreep mijn broer volledig dat er donkere gedachtes door mijn hoofd gingen (zelfmoordneigingen), inclusief naar hem toe. Vervolgens (ergens in de maand Mei) zei mijn broer tegen mij: “Als je je zo groot voordoet, ga dan naar het graf van Vader Arsenie in Prislop en zie wat er met jou gaat gebeuren.” Ik trotseerde en ik zei: “Wees eens serieus, ik ga overal heen met mijn overtuigingen!”. Die nacht vertrok ik al richting Prislop; ik heb de hele nacht gereisd, ik stapte over van treinen en bussen en vervolgens heb ik nog drie kilometer geklommen tot aan het klooster. Daarboven, veel mensen (De beschermheer was daar – Heilige Ioan de Evangelist, op 8 mei). Vanaf het klooster, klommen de mensen verder tot aan een bepaald iets. Ik was met mijn “leerling” (hij is nu ook priester geworden), waartegen ik zei: “Kom op, wij gaan ook!”. We arriveerden bovenaan, waar meerdere graven waren. Het graf van Vader Arsenie had geen bomen erom heen, zoals nu. In feite, ik zag een hoop mensen die om iets heen stonden… Wij gingen ook onder een berk staan, die op de dag van vandaag er nog steeds staat, om even tot rust te komen. Zoals we daar stonden, op het gras, voelde ik hoe de tranen over mijn wangen rolden, uit het niets. Ik had voor een lange tijd niet meer gehuild, al 14-15 jaar niet meer; iets onbegrijpelijks: “Wat is er aan de hand met mij?”. Al deze tijd, zorgden mijn zwarte gedachtes voor rusteloosheid. Ik keek naar de persoon naast mij: hij huilde ook! Als het iets was zoals autosuggestie, maar één van ons had dit meegemaakt; maar zo, wij allebei?! Op dat moment, staand op mijn voeten – God, ik zal nooit in mijn leven dit moment meer vergeten! – landde er een ongelofelijke rust op mijn schouders. Het was net een paraplu die me beschermde van de onophoudelijke regen, van alle zwarte gedachtes die ik al die tijd meedroeg. Net zoals in de Evangelie, die ons verteld hoe een diepe rust over de zee kwam… Toen, in al die rust, leek het net alsof ik de stem van God hoorde. De enige gedachte die naar boven kwam was:  “Waar was ik al die tijd?” Al mijn filosofische vragen wierven antwoord van God, allemaal op dat ene moment.

Hoe was het daarna?

Vanaf dat moment, was ik net een gestoorde. Zes maanden lang, omarmde ik alle mensen die ik toen kende, ik vertelde ze over God, over de opstanding. Geloof mij, niks was van mij. Ik voelde toen zoveel liefde, dat ik dit niet kon bevatten: ik was alles wat met kwaad te maken had en God alles met het goede! Dit heeft mij “kapot gemaakt”! Door zijn liefde, bleef er niks over van mij. Vanaf toen, begon ik mij ook af te vragen wie de persoon was in dat graf, waardoor ik dit heb meegemaakt. Voor mij, moet iemand kunnen bewijzen op papier – laten we zeggen dat – hij aan hekserij en ketterij deed, want ik weet dat het was en het nog steeds is de man van God…

(Fragment uit interview die verscheen in “De Gelovige wereld”, Mei, 2006)

 

Gastenboek

Laat een bericht achter in ons gastenboek!

gastenboek

Ga naar boven