Als we het Evangelie zorgvuldig lezen, dan zien we dat Jezus niets ‘op goed geluk’ deed. Dus ging Hij aan boord van het schip met het specifieke doel om in het land der Gadarenen twee zielen van de teistering van een ‘legioen’ van demonen te bevrijden. 

Ziehier mensen die, door duivels in chaos gestort, zich in het allerlaatste stadium van verval bevonden. Het waren mensen bij wie de menselijke eigenschappen niet meer schitterden.

Wel, in elk van deze mensen was een ziel aanwezig. En voor deze ziel stak Jezus de zee over. 

Jezus had bij verschillende gelegenheden gepredikt dat ‘de ziel kostbaarder is dan de gehele wereld’ en ook ‘wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?’

Jezus gaf de kudde varkens van de Gadarenen op voor de redding van een ziel. Maar deze uitwisseling leidde tot een schandaal. Omdat zij niet tegen hun verlies konden, verdreven ze God buiten hun landsgrenzen. Zij spraken zich uit voor hun varkens, en niet voor de ziel.

Jezus legde zich erbij neer: Hij ging in het schip en keerde terug’.
En meer hoefde Hij niet te doen: hij liet de Gadarenen twee zendelingen na. En een paar voormalig bezetenen zijn niet zomaar zendelingen.

 

Fragmenten uit: Vader Arsenie Boca - "Levende woorden", Uitgeverij Charisma, Deva, 2006, pp. 170-173.

 

Lukas 8:26-39.

8:26 En zij voeren verder naar het land van de Gadarenen, dat tegenover Galilea ligt.

8:27 Toen Hij aan land gegaan was, kwam een man uit de stad Hem tegemoet,

die al lange tijd door demonen bezeten was. Hij had geen kleren aan en verbleef niet in een huis, maar in de grafspelonken.

8:28 Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en zei met luide stem: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste? Ik bid U dat U mij niet pijnigt.

8:29 Want Hij had de onreine geest bevolen van de

man uit te gaan. Die had hem namelijk vele malen aangegrepen, en men had hem met ketenen en met boeien gebonden om hem in bewaring te houden, maar hij verbrak de boeien en werd door de demon naar de woeste plaatsen gedreven.

8:30 Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legio; want er waren veel demonen in hem gegaan.

8:31 En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te gaan.

8:32 En er was daar een grote kudde varkens aan het weiden op de berg. Zij smeekten Hem dat Hij hun zou toestaan daarin te gaan. En Hij stond het hun toe.

8:33 En de demonen gingen uit de man weg en gingen in de varkens; en de kudde stortte van de steilte af het meer in, en verdronk.

8:34 Toen zij die hen weidden, zagen wat er gebeurd was, vluchtten zij en berichtten het in de stad en op het land.

8:35 Ze gingen op weg om te zien wat er gebeurd was, en ze kwamen bij Jezus en vonden de man van wie de demonen uitgegaan waren, zitten aan de voeten van Jezus, gekleed en goed bij zijn verstand; en ze werden bevreesd.

8:36 Ook berichtten zij die het gezien hadden hun hoe de bezetene verlost was.

8:37 En heel de menigte uit de omgeving van het land van de Gadarenen vroeg Hem van hen weg te gaan, want zij waren met grote vrees bevangen. Hij ging in het schip en keerde terug.

8:38 De man van wie de demonen uitgegaan waren, bad Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg en zei:

8:39 Keer terug naar uw huis en vertel wat voor grote dingen God aan u gedaan heeft. En hij ging heel de stad door en verkondigde wat voor grote dingen Jezus aan hem gedaan had.

 

 

Gastenboek

Laat een bericht achter in ons gastenboek!

gastenboek

Ga naar boven